sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank NEN 1010

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom Kennisbank NEN 1010 kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >


Abonnement € 350,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op NEN 1010

“ De norm is soms lastig te begrijpen. De kennisbank bevat de  complete norm NEN 1010 met links naar de praktische uitleg, waardoor achtergronden van de norm duidelijk worden. ”
 

Jaap Jansen,
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Jachthavens en vergelijkbare terreinen (rubriek 709)

Bij jachthavens moeten vaartuigen op de terreininstallatie kunnen worden aangesloten. Invloeden van water en beschadigingen door hulpmiddelen bij het aanleggen van de vaartuigen aan steigers spelen hier een rol.

Omdat in er sommige jachthavens wordt gezwommen, is het nodig om voor elektrisch materieel omhulsels toe te passen. Zeker wanneer dit materieel vanuit het water bereikbaar is.

 

De bepalingen in de NEN 1010 rubriek 709 gelden echter niet voor woonboten die rechtstreeks op het openbare net zijn aangesloten. Deze bepalingen zijn ook niet van toepassing op de elektrische installatie van de vaartuigen.

Bijzondere ruimten NEN 1010 jachthaven

Bij jachthavens spelen onder meer de invloeden van water een belangrijke rol. Afbeelding: F.J. Jansen - Wikimedia Commons.

Beschermingsmaatregelen

De beschermingsmaatregel elektrische scheiding is toegestaan indien aan de eisen van de bepaling inzake de elektrische scheiding (NEN 1010, 413) wordt voldaan. De stroomketen moet door een vaste scheidingstransformator worden gevoed. De beschermingsleiding die wordt gebruikt voor de veiligheidstransformator mag niet met de beschermingscontacten van de contactdoos voor de voeding van het vaartuig worden gebruikt.

Uitwendige invloeden

Boven of op een steiger, kade, pier, ponton en dergelijke moet het elektrische materieel de volgende beschermingsgraad bezitten:

  • IPX4, spatwater;
  • IPX5, waterstralen;
  • IPX6, watergolven.


De beschermingsgraad is uiteraard sterk afhankelijk van de uitwendige invloeden. Met betrekking tot het binnendringen van voorwerpen moet de beschermingsgraad ten minste IP4X bedragen. Daarnaast moet het elektrische materieel bestand zijn tegen atmosferische corrosieve of verontreinigende gassen, dampen, vloeistoffen of vaste stoffen.


Ook worden er eisen gesteld ten aanzien van de stootbelasting van het toe te passen elektrische materieel. Dit moet minimaal voldoen aan een stoot van gemiddelde zwaarte.

 

Ten slotte moet rekening worden gehouden met de wijze van montage. Het elektrische materieel moet zodanig worden gemonteerd, dat beschadiging als gevolg van stoten zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Elektrisch materieel contactdozen

Elke contactdoos moet afzonderlijk door middel van een aardlekbeveiliging met een nominale aanspreekstroom van 30 mA worden beveiligd en afzonderlijk zijn beveiligd tegen overstroom. De aardlekbeveiliging moet alle actieve geleiders uitschakelen, dus ook de nul. De afgaande leidingen voor de voeding van de installatie van een vaste aansluiting van een woonboot, moeten eveneens zijn beveiligd door aardlekbeveiliging met een nominale aanspreekstroom van 30 mA en afzonderlijk zijn beveiligd tegen overstroom. De aardlekbeveiliging moet alle actieve geleiders uitschakelen, dus ook de nul.

 

De toegepaste contactdozen moeten een minimale beschermingsgraad bezitten van IP44 en moeten zo dicht mogelijk bij de aanlegplaats zijn gemonteerd. Deze contactdozen, maximaal vier stuks, moeten in omhulsels zijn ondergebracht of in verdeelinrichtingen. Op elke aanlegplaats moet minimaal één contactdoos (enkelfasig) zijn aangebracht voor de voeding van een pleziervaartuig of woonboot, waarbij wordt uitgegaan van een voeding van 230 V en een maximale stroom van 16 A. De contactdozen moeten zodanig worden gemonteerd,  dat opspattend water of onderdompeling wordt voorkomen.

 

Elke contactdoos moet afzonderlijk door middel van een aardlekbeveiliging met een nominale aanspreekstroom van 30 mA worden beveiligd en afzonderlijk zijn beveiligd tegen overstroom. De aardlekbeveiliging moet alle actieve geleiders uitschakelen, dus ook de nul. De afgaande leidingen die dienen voor de voeding van de installatie van een vaste aansluiting van een woonboot, moeten eveneens zijn beveiligd door aardlekbeveiliging met een nominale aanspreekstroom van 30 mA en afzonderlijk zijn beveiligd tegen overstroom. De aardlekbeveiliging moet alle actieve geleiders uitschakelen, dus ook de nul.

Leidingen en bijbehoren van leidingen

Een van de voornaamste zorgen op dit type terreinen is de kwaliteit en de aanleg van verplaatsbare leidingen. Erg belangrijk hierin is het toezicht van de beheerder die de veiligheid met de volgende regels positief kan bevorderen:

  • het gebruik van zware rubbermantelleidingen met een minimumdoorsnede van 2,50 mm2;
  • verbindingen tussen vaste en verplaatsbare leidingen moeten zijn uitgevoerd met stopcontacten.  


Het is dus niet toegestaan lasverbindingen met moffen, dozen en dergelijke toe te passen. Voor de voeding van distributiegroepen kan kunnen ondergrondse en bovengrondse leidingen worden gebruikt. De ondergrondse leidingen moeten zijn voorzien van aanvullende mechanische bescherming, zodat wordt voorkomen dat rijdende voertuigen en dergelijke de leidingen beschadigen. Dit geldt niet indien de leidingen diep genoeg zijn ingegraven. Met betrekking tot de bovengrondse leidingen geldt dat voor de ondersteunende constructies bijzondere bescherming noodzakelijk is. Masten en andere steunpunten moeten zodanig zijn beschermd, dat ze niet beschadigd raken door rijdende voertuigen. De leidingen moeten zich op een hoogte van ten minste 6 m bevinden op terreinen waar voertuigen kunnen rijden en elders minimaal op een hoogte van 3,50 m.

Gerelateerd aan Jachthavens en vergelijkbare terreinen (rubriek 709)

Meer over