sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank NEN 1010

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom Kennisbank NEN 1010 kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >


Abonnement € 350,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op NEN 1010

“ De norm is soms lastig te begrijpen. De kennisbank bevat de  complete norm NEN 1010 met links naar de praktische uitleg, waardoor achtergronden van de norm duidelijk worden. ”
 

Jaap Jansen,
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Ruimten bestemd voor meting en beproeving met verplaatsbare meetinstrumenten (rubriek 723)

In ruimten voor meting en beproeving wordt vrij intensief met elektrische apparatuur gewerkt. Extra zorg is daarom geboden. Er worden dan ook hoge eisen gesteld aan de bescherming tegen indirecte aanraking. Elektrische en elektronische instrumenten met bijbehoren, uitgevoerd volgens klasse II (zogenoemde dubbele isolatie gemerkt met

), mogen zonder meer worden toegepast

 

Alle andere instrumenten moeten deel uitmaken van:

  1. eindgroepen met aardlekschakelaars van 30 mA;
  2. S-ketens;
  3. PELV-ketens.

In ruimten waar intensief met elektrisch apparatuur wordt gewerkt, gelden hoge eisen met betrekking tot bescherming tegen directe aanraking

In ruimten waar intensief met elektrisch apparatuur wordt gewerkt, gelden hoge eisen met betrekking tot bescherming tegen directe aanraking. Bron www.dreamstime.com

 

Voor sommige proeven wordt het aardsysteem niet alleen om veiligheids- maar ook om functionele redenen gebruikt. In deze situaties mogen beschermingsleiding en functionele aarding worden gecombineerd tot één leiding. De weerstand van deze leiding (tussen wand­contactdoos en aardrail in verdeelkast) mag niet hoger zijn dan 0,1 Ω. Om de waarde van 0,1 Ω te halen, zal de desbetreffende wandcontactdoos op korte afstand van de verdeelinrichting moeten zijn geplaatst.

 

Een en ander hangt natuurlijk ook af van de doorsnede van de beschermingsleiding. Bij het aansluiten van de gecombineerde aardleiding doet zich het probleem voor dat wandcontactdozen met beschermingscontacten in het algemeen slechts geschikt zijn voor het aansluiten van draden met een doorsnede van ten hoogste 2,50 mm2. Daarom moet er in de naaste omgeving van de betreffende wandcontactdoos een overgangsverbinding worden gemaakt van de aansluitdraad van 2,50 mm2 op de gecombineerde aardleiding van 4 mm2 of hoger (zie voor doorsneden van beschermingsleidingen deel 5 van de NEN 1010).

 

Met het oog op de toegelaten weerstand is de maximumlengte van de draad van 2,50 mm2 gesteld op 0,20 m. Het gehele systeem werkt als een potentiaalvereffening, uiteraard met het doel om potentiaalverschillen zoveel mogelijk te voorkomen. Beschermingscontacten van dicht bij elkaar geplaatste wandcontactdozen moeten daarom op een gemeenschappelijke beschermingsleiding worden aangesloten. Het spreekt vanzelf dat er voldoende aansluitpunten aanwezig moeten zijn voor het aansluiten van de functionele aarding van de gelijktijdig in gebruik zijnde instrumenten.

Beveiliging

In laboratoria werkt personeel waarvan zorgvuldigheid en een redelijke hoeveelheid ervaring mag worden verwacht bij het omgaan met elektrische en elektronische instrumenten. In scholen ligt dat heel anders. Daar experimenteren ongeoefende leerlingen onder leiding van een deskundige (leraar, amanuensis), die zijn aandacht over alle experimenten moet verdelen. De leraar kan niet altijd zijn volle aandacht aan elk experiment geven. Extra veiligheidsmaatregelen zijn daarom nodig. De bepalingen voor bescherming tegen directe aanraking zijn verdeeld in twee categorieën spanningen:

  1. wisselspanning tot en met 50 V of gelijkspanning tot en met 120 V;
  2. wisselspanning hoger dan 50 V of gelijkspanning hoger dan 120 V.


Om te voorkomen dat aanraakbare metalen delen onder spanning komen te staan door toevallige verbindingen met onbeschermde delen van meet- of proefopstellingen, mogen deze opstellingen niet op aanraakbare geleidende constructiedelen worden geplaatst. Daartoe worden ook metalen stootranden van tafels gerekend.
Worden voor de voeding van onbeschermde meet- of proefopstellingen verplaatsbare voedingsbronnen gebruikt, dan moeten deze voldoen aan het gestelde van deel 4 van de NEN 1010. Deze bepaling vraagt bescherming door toepassing van elektrisch materieel van klasse II (dubbele isolatie met ) of door hiermee gelijk te stellen isolatie. Dit geldt niet voor:

  1. galvanische elementen of andere voedingsbronnen die onafhankelijk zijn van stroomstelsels met een hogere spanning, bijvoorbeeld droge batterijen, accumulatoren en diesel­aggregaten;
  2. niet-draagbare maar wel verrijdbare voedingskasten.


Om gevaarlijke aanrakingsspanning te voorkomen, moeten metalen gestellen in meet- of proefopstellingen, opgenomen in een gelijkstroom keten van 120 V en hoger, worden aangesloten op een lokale vereffeningsleiding die niet met de aarde is verbonden (PU [protection unearthed]-leiding). Binnen handbereik van meet- of proefopstellingen moeten vreemd geleidende delen met de beschermingsleiding worden verbonden. Uiteraard geldt dat niet voor opstellingen in SELV-ketens. Natuurlijk moeten er voldoende aansluitpunten aanwezig zijn voor het aansluiten van de functionele aarding van de gelijktijdig in gebruik zijnde instrumenten.
 

Wisselspanning tot en met 50 V of gelijkspanning tot en met 120 V

Onbeschermde meet- of proefopstellingen met deze spanningen moeten worden opgenomen in SELV-ketens.
 

Wisselspanning hoger dan 50 V of gelijkspanning hoger dan 120 V

Elke onbeschermde meet- of proefopstelling met een wisselspanning hoger dan 50 V of gelijkspanning hoger dan 120 V, moet zijn opgenomen in een afzonderlijke S-keten. Zo kan de isolatieweerstand van elke opstelling steeds apart worden gecontroleerd voordat met de proef wordt gestart. Deze bepaling geldt niet als gelijktijdig aan de volgende eisen is voldaan:

  1. Alle opstellingen opnemen in één S-keten.
  2. Alle opstellingen in dezelfde ruimte opstellen.
  3. De ruimte voorzien van een isolerende vloer of vloerbedekking.Geaarde metalen gestellen en vreemd geleidende delen beschermen tegen toevallige aanraking.

 

Omdat een tweede defect in een S-keten gevaarlijk kan zijn, verlangt de norm een isolatiebewaking als zich vreemd geleidende delen binnen handbereik bevinden; bij een gestelsluiting moet de opstelling worden uitgeschakeld. Komt de veiligheid met een S-keten door uitgebreide of onoverzichtelijke meet- en hulpapparatuur in gevaar, dan moet voor meet- of hulpapparatuur een aparte S-keten worden toegepast. Bovendien moeten er voor de onbeschermde meet- en proefopstelling aanvullende maatregelen voor de veiligheid worden genomen. Indien het een en ander om technische en praktische redenen onuitvoerbaar is, moeten de meet- of proefopstellingen een onderdeel vormen van eindgroepen met aardlek­schakelaars van 30 mA.

Spanningsloos en stroomloos maken

Het is erg belangrijk dat er in de nabijheid van de leraar of van degene die de proeven begeleidt een of meer noodschakelaars aanwezig zijn waarmee in geval van nood alle toestellen kunnen worden uitgeschakeld. Hierop is een uitzondering gemaakt voor de vakrichting Energietechniek van hoger technisch of technisch-wetenschappelijk onderwijs als toepassing ervan bezwaarlijk is, maar dan moet iedere voedingsbron kunnen worden ingeschakeld met een door middel van een sleutel vergrendelde schakelaar in de directe omgeving.

Gerelateerd aan Ruimten bestemd voor meting en beproeving met verplaatsbare meetinstrumenten (rubriek 723)