sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank NEN 1010

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom Kennisbank NEN 1010 kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >


Abonnement € 350,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op NEN 1010

“ De norm is soms lastig te begrijpen. De kennisbank bevat de  complete norm NEN 1010 met links naar de praktische uitleg, waardoor achtergronden van de norm duidelijk worden. ”
 

Jaap Jansen,
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Tijdelijke elektrische installaties voor constructies, toestellen en kramen op kermissen en in attractieparken (rubriek 740)

Onder tijdelijke elektrische installaties voor constructies, toestellen en kramen op kermissen, in attractieparken en in circussen, worden veelal voertuigen of verrijdbare of verplaatsbare constructies verstaan die worden aangesloten op de elektrische installatie.

Deze tijdelijke installaties worden vaak opgebouwd en afgebroken waardoor er hoge eisen aan worden gesteld. Voorbeelden van dit soort installaties zijn onder andere draaimolens, rollercoasters, botsauto’s en kramen.

Tijdelijke installatie in circus

In een circus worden tijdelijke installaties opgebouwd en na enige dagen vaak weer afgebroken.

Beveiliging

De totale installatie moet zijn beveiligd meteen aardlekbeveiliging met een nominale uitscha­kelstroom van 300 mA en moet een tijdvertraging bezitten. Deze aardlekbeveiliging moet selectief zijn ten opzichte van de aardlekbeveiligingen van de eindgroepen. Een aardlekbeveiliging van het type S is eveneens toegestaan.

Aanvullende bescherming door aardlekbeveiliging

Voor eindgroepen waarop verlichting is aangesloten en contactdozen met een nominale waarde tot 32 A, geldt de algemene eis dat deze aanvullend moeten zijn beveiligd door middel van een aardlekbeveiliging met een nominale aanspreekstroom van 30 mA. Dit geldt ook voor elektrisch draagbaar materieel dat is aangesloten door middel van een buigzame leiding met een toegestane stroom van 32 A. Indien noodverlichting is toegepast in de vorm van decentrale verlichtingsunits, moeten deze op dezelfde eindgroep als de verlichting worden aangesloten.

De aanvullende bescherming hoeft niet te worden toegepast als bescherming wordt verkregen door:

  • de beschermingswijze extra lage spanning SELV- en PELV-ketens;
  • de beschermingswijze elektrische scheiding;
  • de verlichtingsarmaturen buiten handbereik te monteren.

Beschermingsmaatregelen

Alle metalen delen en vreemd geleidende delen moeten met de aanvullende en plaatselijke vereffening zijn verbonden. Motoren, die niet onder toezicht draaien, moeten zijn tegen hoge temperaturen worden beschermd door beveiligingen die alleen handmatig kunnen worden hersteld.

Elektrisch materieel

Schakelmaterieel, beveiligingstoestellen en besturingsmaterieel moeten in afsluitbare kasten worden ondergebracht om te voorkomen dat leken de installatie gaan bedienen. Omdat deze installaties doorgaans in de buitenlucht worden gebruikt, moet een minimale beschermingsgraad van IP44 worden aangehouden. De opstelling en de aansluitingen van het elektrisch materieel moet verder zodanig zijn, dat onderhoud en inspectie goed uitvoerbaar zijn.

 

Scheiders en schakelaars

De elektrische installaties in elke individuele attractie, kraam en dergelijke moeten door middel van een eigen schakelaar of scheider geheel spanningsloos kunnen worden gemaakt. Deze schakelaar of scheider moet goed toegankelijk zijn.

 

Armaturen

Het gebruik van prikkabels is slechts toegestaan indien de kabel en lamphouder op elkaar zijn afgestemd en de lamphouder na het aanbrengen niet meer kan worden verwijderd. Verlichtingsarmaturen die binnen handbereik zijn aangebracht, moeten zodanig zijn gemonteerd dat deze niet losraken en geen gevaar voor personen kunnen veroorzaken. Rekening dient te worden gehouden met brandbaar materiaal. Het monteren van armaturen in schiettenten moet zodanig gebeuren, dat projectielen de armaturen of lampen niet kunnen beschadigen. Indien schijnwerpers worden toegepast, moeten deze zo worden gemonteerd dat de armaturen niet toegankelijk zijn.

 

Neoninstallaties

Bij gebruik van neoninstallaties, of installaties met een hogere spanning dan 230/400 V, moeten veiligheidsmaatregelen zijn getroffen zodat er geen gevaar voor personen kan ontstaan. Tevens moet een schakelaar in de nabijheid van de installatie zijn aangebracht, zodat de installatie bij noodsituaties te allen tijde kan worden uitgeschakeld. Er moet eveneens voor worden gewaakt dat er geen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan bij het gebruik van brandbaar materiaal. Tot slot dient er rekening te worden gehouden met de montagevoorschriften van de fabrikant.

 

Contactdozen en contactstoppen

Er moeten ruim voldoende contactdozen zijn aangebracht om een veilige en doelmatige installatie voor de gebruiker te garanderen. De contactdozen en contactstoppen moeten voldoen aan de desbetreffende voorschriften.

 

Generatoren

De generator moet zodanig worden opgesteld, dat gevaarlijke situaties worden voorkomen, zoals het aanraken van hete oppervlakken of gevaarlijke delen. Deze gevaarlijke situaties kunnen zowel van elektrische als niet elektrische aard zijn. Speciale aandacht dient uit te gaan naar de toepassing van het stroomstelsel en de aardingsvoorzieningen.

Leidingen en bijbehoren van leidingen

Voorzieningen moeten zijn genomen om beschadiging van kabels te voorkomen. Dit geldt zeker als kabels over wegen of looppaden moeten worden aangelegd. Indien het risico op beschadigingen duidelijk aanwezig is, moeten kabels met bewapening worden gebruikt. 

 

Buigzame leidingen moeten van het type zware rubbermantel leidingen zijn die slijtvast en bestand zijn tegen water. Tevens moeten de buigzame leidingen zijn beschermd tegen mechanische beschadiging in de publiek toegankelijke delen. Indien speciale kabelsystemen worden toegepast, moeten deze systemen aan de desbetreffende normen voldoen. 

 

De nominale spanning van de toegepaste kabels moet minimaal 450/750 V bedragen, met uitzondering van de kabels die binnen attracties worden toegepast. Het lassen van kabels is alleen toegestaan waar een aansluiting op een stroomketen moet worden gemaakt.

Gerelateerd aan Tijdelijke elektrische installaties voor constructies, toestellen en kramen op kermissen en in attractieparken (rubriek 740)