sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank NEN 1010

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom Kennisbank NEN 1010 kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >


Abonnement € 350,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op NEN 1010

“ De norm is soms lastig te begrijpen. De kennisbank bevat de  complete norm NEN 1010 met links naar de praktische uitleg, waardoor achtergronden van de norm duidelijk worden. ”
 

Jaap Jansen,
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Elektrische installaties in overige ruimten

Hieronder komen de voorschriften voor overige verblijfsruimten aan de orde, zoals de woonkamer, slaapkamer, eetkamer, kantoor, een hobby- of studeerkamer en een zolderkamer. Ook regelingen voor installaties in toiletten, sauna's, bergruimten en garages worden besproken.

Vereiste aantal aansluitpunten in een woonkamer

Het aantal wandcontactdozen en lichtaansluitpunten in een woonkamer is niet meer geregeld in de NEN 1010. De momenteel geldige editie van NEN 1010 heeft geen tabellen meer voor het vereiste minimum aantal aansluitpunten. De vroeger gehanteerde tabel 8.720.X is vervallen. Uiteraard moet bij een goed ontwerp van een elektrische installatie wel rekening worden gehouden met het goed functioneren van de elektrische installatie tijdens het gebruik waarvoor de installatie is bedoeld. (bepaling 132.1) Ook moet een installatie stelselmatig en overzichtelijk zijn ingericht en aangelegd. Om een installatie doelmatig te kunnen gebruiken moeten er, volgens bepaling 510.4.1, daarom voldoende aansluitpunten worden aangebracht. Voor het bepalen van het aantal contactdozen en lichtaansluitpunten kan gebruik worden gemaakt van blad 51 van de NPR 5310.

 

Voor een normale installatie van een woonkamer van bijvoorbeeld 40 m2 wordt in dit blad als richtlijn gegeven; 6 enkelvoudige contactdozen en 2 lichtaansluitpunten. In plaats van enkelvoudige contactdozen mogen er natuurlijk ook meervoudige contactdozen worden geplaatst. Meer aansluitpunten zijn natuurlijk ook akkoord. Vroegtijdig overleg met de opdrachtgever kan veel problemen worden voorkomen. De aansluitpunten in een woonkamer moeten zijn verdeeld over twee eindgroepen om zo een ongestoorde lichtvoorziening te realiseren. De eindgroepen moeten zijn beveiligd met 30 mA aardlekschakelaars. De wandcontactdozen moeten zijn voorzien van beschermingscontacten waarop de beschermingsleiding is aangesloten. Ook bij de lichtpunten moet een beschermingsleiding aanwezig zijn.

 

woonkamer

Een woonkamer.

Vereiste aantal aansluitpunten voor verblijfsruimten anders dan een woonkamer

Andere verblijfsruimten dan een woonkamer zijn bijvoorbeeld een slaapkamer, eetkamer, kantoor, een hobby- of studeerkamer en een zolderkamer.

 

Voor deze ruimten gelden dezelfde eisen zoals vermeld bij de woonkamer. Dat wil zeggen dat bij het ontwerp van een installatie in verblijfsruimten naast de richtlijnen van blad 51 van de NPR 5310, het vooral van belang is te weten waarvoor de ruimte gebruikt gaat worden. Bij een kantoor of hobbykamer bijvoorbeeld zal er behoefte zijn aan meer contactdozen voor het aansluiten van toestellen. Hierbij valt te denken aan computers met randapparatuur, tv- en audiotoestellen en kleine gereedschaps-werktuigen zoals boormachines en kleine hobbydraaibanken. Wanneer er bijvoorbeeld in de hobbykamer een verbruikend toestel wordt aangesloten met een aansluitwaarde van 2 kVA of meer, bijvoorbeeld een pottenbakkersoven, dan moet dit toestel volgens bepaling 510.4.2 worden aangesloten op een afzonderlijke eindgroep. Het toestel kan worden aangesloten op een wandcontactdoos of vast worden aangesloten met een schakelaar. Deze afzonderlijke eindgroep moet zijn beveiligd met een 30 mA aardlekschakelaar bij de toepassing van een contactdoos als aansluitpunt. Bij vast aangesloten toestellen is het toepassen van aardlekschakelaars niet vereist maar wel wenselijk.

 

Verder gelden er voor deze ruimten geen aanvullende eisen.

Speciale eisen voor de installatie in een toiletruimte

Voor de toiletruimte, ook wel wc genoemd of in oude normen het privaat, is in blad 51 van de NPR 5310 aangegeven dat bij een normale installatie minimaal 1 lichtaansluitpunt moet zijn aangebracht. Bij grote toiletruimten, bijvoorbeeld met een voorportaal zijn meerdere lichtpunten nodig. Uiteraard met in deze ruimte geplaatste schakelaar(s). Bij luxe uitvoeringen van het toilet komen automatische wc-bril afdekkingen voor. Hiervoor is een elektrische aansluiting op een wandcontactdoos vereist. Deze wandcontactdoos is in deze ruimte uiteraard toegestaan en dient op een doeltreffende geschikte plaats te worden aangebracht. Ook de groep waarop deze contactdoos is aangesloten moet zijn beveiligd meet een 30 mA-aardlekschakelaar.

Elektrische installaties in bergruimten binnen de woning

Binnen een woning zijn diverse bergruimten te onderscheiden. Zo kent men de bergkast al dan niet onder een trap, de (opberg)zolder, de begaanbare vliering, een begaanbare kelder en dergelijke. In de NEN 1010 worden hierover geen gedetailleerde voorwaarden vermeld. In blad 51 van de NPR 5310 worden richtlijnen gegeven voor de omvang van de elektrische installatie. Hierin wordt aangegeven dat in een bergruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 1 m2 twee enkele contactdozen of 1 meervoudige en 1 lichtpunt aan te brengen.

 

De schakelaar voor het bedienen van het lichtpunt mag in de berging worden geplaatst. Om te voorkomen dat men vergeet de lamp uit te schakelen en men dat niet ziet omdat de deur van de berging gesloten is, is het de overweging waard om de schakelaar buiten de berging bij de toegangsdeur te plaatsen en te voorzien van een controlelampje. Dit voorkomt het onnodig langdurig branden van de verlichting en bespaart zo dus ook energie. Verder is de omvang van de installatie mede afhankelijk van het gebruik van deze ruimte.

Elektrische installaties in een garage bij de woning

In de NEN 1010 worden hierover geen gedetailleerde voorwaarden vermeld. In blad 51 van de NPR 5310 worden richtlijnen gegeven voor de omvang van de elektrische installatie.

 

Aanbevolen wordt om in een garage ongeacht de afmetingen ten minste 1 lichtaansluitpunt en 1 meervoudige wandcontactdoos zijn aangebracht. De bedieningsschakelaar van het lichtpunt dient nabij een toegang te zijn aangebracht. In veel gevallen heeft een garage twee toegangsdeuren. Een grote kanteldeur die toegang geeft om met de auto de garage binnen te rijden en aan de tegenover liggende zijde een gewone deur die toegang geeft tot de woning of tot bijvoorbeeld de tuin achter de woning. In deze situatie is de aanwezigheid van slechts één schakelaar niet erg praktisch. Het is beter om de installatie zo uit te voeren dat het lichtpunt met twee schakelaars te bedienen is, bij elke deur een schakelaar. Bij grotere garages zal de wens bestaan om in een bepaald gedeelte van de garage een werkbank of iets dergelijks te plaatsen. Voor die situaties is het verstandig om in de garage twee lichtpunten aan te leggen en te bedienen met een eigen schakelaar bij de dichtstbijzijnde toegang. Ook kunnen meerdere wandcontactdozen gewenst zijn omdat de gebruiker in de garage bijvoorbeeld enkele toestellen zoals een wasdroger of een diepvrieskist wil plaatsen.

 

Overleg vooraf met de gebruiker kan onvrede over het te geringe aantal aansluitmogelijkheden voorkomen. 

Elektrische installaties in bergruimten buiten de woning

Voor de aansluitmogelijkheden in bergruimten buiten de woning gelden precies dezelfde richtlijnen als voor een garage. Dus bij een buitenberging geldt ook één lichtaansluitpunt en één meervoudige wandcontactdoos. 

Installaties in een sauna

Wanneer in of bij de woning een sauna wordt aangelegd moet de elektrische installatie voldoen aan rubriek 703 van NEN 1010. Een sauna is een vertrek waarbinnen tijdens het gebruik de lucht wordt verwarmd tot een hoge temperatuur. Hierbij is de relatieve vochtigheid laag. De hoge temperatuur is bepalend voor de eisen die aan de installatie worden gesteld. Bij een sauna wordt de ruimte ingedeeld in een drietal zones. Zie hiervoor figuur 703.1 van de NEN 1010.

 

sauna

Een sauna.

 

In zone 1 mag alleen materieel zijn toegepast dat behoort bij de saunakachel.

 

In zone 2 worden geen bijzondere eisen aan het materieel gesteld met betrekking tot het bestand zijn tegen warmte, terwijl in zone 3 het toe te passen materieel bestand moet zijn tegen een omgevingstemperatuur van 125 oC. De leidingen in deze zone moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 170 oC. Al het toe te passen materieel in een sauna moet een beschermingsgraad hebben van ten minste IP24, aanrakingsveilig en spatwaterdicht. In sauna’s mogen geen wandcontactdozen worden toegepast. Schakelaars en scheiders die niet in de saunakachel zijn ingebouwd, moeten buiten de saunaruimte worden geplaatst. Leidingsystemen mogen geen metalen mantel hebben en er mogen geen metalen omhulsels worden toegepast. Deze metalen delen worden namelijk zo heet, dat mensen die de delen aanraken, brandwonden kunnen oplopen.

Eisen voor een particulier zwembad in of bij een woning

In enkele gevallen wordt bij of in een woning ook een zwembad gebouwd. Dit binnen- of buitenbad is meestal kleiner dan de openbare en voor publiek toegankelijke baden.

 

Ook bij deze zwembaden gelden dezelfde eisen als voor openbare baden. Rubriek 702 is hier dus ook volledig van toepassing. Voor de belangrijkste beschermingseisen zie tabel 702.1 van de NEN 1010; voor de keuze en installatie van materieel zie tabel 702 in rubriek 702 van de NEN 1010. In de figuren 702.1 tot en met 702.4 van de NEN 1010 zijn voorbeelden opgenomen over de zones bij zwembaden.

Het plaatsen van rookmelders

Op basis van het Bouwbesluit moeten in nieuwbouwwoningen rookmelders zijn aangebracht. Voor meer informatie over het aanbrengen van rookmelders wordt verwezen naar blad 52 van de NPR 5310.

 

rookmelder

Een rookmelder.

Een buitenlichtpunt bij een woning

Volgens de richtlijnen opgenomen in blad 51 van de NPR 5310, is het gewenst om bij elke woning een aansluitmogelijkheid aan te brengen voor een buitenlichtpunt. Deze buitenlamp dient nabij de voordeur van de woning te worden geplaatst, met in de woning de bedieningsschakelaar. Wanneer de woning een galerijwoning is, zal de galerij meestal voorzien zijn van een voldoende algemene verlichting. In die situatie is het aanbrengen van een buitenlichtpunt niet nodig. Het aanbrengen van een buitenlichtpunt aan de achtergevel van de woning is niet vereist maar kan wel gewenst zijn uit praktische overwegingen of als inbraakbeveiliging. In het algemeen is het gewenst om bij elke toegang tot een woning een buitenlichtpunt aan te brengen.

Eisen voor het aanbrengen van verlichting in de buitenlucht

Het aanbrengen van verlichting in de voortuin of de achtertuin, op een achterterras of langs de toegangsweg, is geen vereiste volgens NEN 1010. Vaak is het toch de wens van de gebruiker om een of meerdere lichtpunten buiten te hebben en ook een of meerdere contactdozen. Omdat de ruimte buiten gebouwen wordt gerekend tot de vochtige ruimten moeten volgens bepaling 754.415.1 de contactdozen zijn beveiligd met een 30 mA aardlekschakelaar. Het te gebruiken materieel moet een beschermingsgraad hebben van ten minste IP X4. Dat is spatwaterdicht materiaal. De contactdozen zijn daarom ook voorzien van een deksel met een rubber afsluitring. Voor de installatieleidingen moet men gebruik maken van kabels. De toepassing van draad in buis is buiten niet toegestaan. De toegestane installatiemethoden zijn namelijk 70, 71, 72 en 73 van tabel 52.A.3 van de NEN 1010.

 

Voor kabels die niet in de grond worden gelegd zijn de meeste gangbare types toegelaten, zoals kabels zonder bewapening VMvK, XMvK, YMvK, alsook kabels met bewapening de VO- en VG- types. Voor aanleg in de grond mogen worden gebruikt de kabels met bewapening VO-VMvKas, VG-VMvKas, VO-YMvKas, VG-YMvKas en GPLK. Deze kabels met bewapening mogen zonder verdere bescherming direct in de grond worden gelegd. Kabels zonder bewapening mogen alleen in de grond worden gelegd indien ze deugdelijk tegen mechanische beschadigingen zijn beschermd door aanleg in daarvoor bestemde buizen, kokers, goten of kanalen, zie bepaling740.521.6.

Gerelateerd aan Elektrische installaties in overige ruimten