sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank NEN 1010

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom Kennisbank NEN 1010 kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >


Abonnement € 350,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op NEN 1010

“ De norm is soms lastig te begrijpen. De kennisbank bevat de  complete norm NEN 1010 met links naar de praktische uitleg, waardoor achtergronden van de norm duidelijk worden. ”
 

Jaap Jansen,
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Leidingdoorsnede, belastbaarheid en maximale toegestane lengte van buigzame leidingen voor een vaste aanleg

Voor de aanleg van een vaste installatie met buigzame leidingen gelden de eisen van NEN 1010 voor vaste installaties. Zo zal de leidingdoorsnede volgens bepaling 524.1 een minimale kerndoorsnede moeten hebben van 1,5 mm2 . Voor de aansluiting van een enkel toestel geldt een minimale kerndoorsnede van 0,75 mm2 .

 

Een leiding met een kerndoorsnede van 0,75 mm2 kan alleen worden gebruikt voor het aansluiten van één enkel verlichtingsarmatuur. Vanaf dat armatuur mag niet worden doorgelust naar een volgend armatuur. Voor het bepalen van de benodigde kerndoorsnede, moeten we uitgaan van de waarde en het type beveiliging van de leiding. Hierbij heeft men de keuze uit 16 A gG-smeltpatronen of 16 A installatieautomaten. Bij gebruik van 16 A gG-smeltpatronen moet de Iz, volgens tabel C.53-1 van NEN 1010, groter of gelijk zijn aan 17,7 A.

 

In tabel E.52-1 van NEN 1010 is de toelaatbare stroom voor buigzame leidingen aangegeven. In deze tabel is uitgegaan van een hoogst toelaatbare temperatuur van 60 °C voor rubber en 70 °C voor PVC. Deze temperatuurwaarden gelden voor leidingen die veelvuldig in de hand worden gehouden. Omdat dit voor de buigzame leidingen van een vaste installatie niet aan de orde is, mag, afhankelijk van de gekozen installatiemethode, gebruik worden gemaakt van de belastingstabellen A.52-3 en A.52-11.

 

Wanneer gekozen is voor installatiemethode 28 dan geldt de basisinstallatiemethode B1 of B2 afhankelijk van de aanleg van een of meerdere leidingen bij elkaar. In de stroombelastingstabel A.52-3 wordt voor een 1,5 mm2 leiding een maximaal toelaatbare belasting aangegeven van 17,5 A resp. 16,5 A bij een omgevingstemperatuur van 30 °C in lucht. Deze waarden zijn lager dan de vereiste 17,7 A voor 16 A gG-smeltpatronen. Dat wil dus zeggen dat bij de toepassing van deze smeltpatronen een minimum doorsnede van 2,5 mm2 vereist is.

 

 

Isolatie

Maximumtemperatuur (normaal) 

Maximumtemperatuur (kortsluiting) 

PVC (vinyl)

70

160

XLPE (polyetheen) 

90

250

Rubber

60

150

Maximale temperaturen van isolatiemateriaal.

 

Bij toepassing van 16 A installatieautomaten zou de toepassing van 1,5 mm2 bij een enkel gelegde leiding en een omgevingstemperatuur van 30 °C nog toelaatbaar zijn. Er moet echter rekening worden gehouden met een hogere omgevingstemperatuur boven een verlaagd plafond van meer dan 30 °C. In tabel A.52-15 is voor een omgevingstemperatuur van bijvoorbeeld 40 °C een correctiefactor aangegeven van 0,87. Dit betekent dus een maximale toelaatbare stroom van 17,5 x 0,87 = 15,2 A  resp. 16,5 x 0,87 = 14,4A. Dus lager dan de minimaal vereiste 16A. Dat betekent dat ook bij het toepassen van 16 A installatieautomaten gekozen moet worden voor leidingen met een kerndoorsnede van 2,5 mm2.

 

Voor de maximale lengte moeten, net als bij het gebruik van draad in buis of kabel, de tabellen A.53-2 of A.53.4 worden geraadpleegd. Voor een 2,5 mm2 leiding, beveiligd met een 16 A gG-smeltpatroon geldt een maximale lengte van 88 meter. Bij toepassing van een 16 A installatieautomaat type B geldt de maximale lengte van 122 meter.

 

I(gG-patroon)

Bijbehorende Iz 

I(gG-patroon)

Bijbehorende Iz 

10

13,1

80

88,3

12

15,7

100

110

16

17,7

125

138

20

22,1

160

177

25

27,6

200

221

32

35,3

250

276

35

38,6

315

348

40

44,1

400

441

50

55,2

500

552

63

69,5

630

695

Nominale waarde van gG-patroon en benodigde IZ van de leiding.

 

 

Type karakteristiek 

Waarde van I2 (A) 

Waarde van IZ (A) 

B-karakteristiek

1,45 In

In

C-karakteristiek

1,45 In

In

D-karakteristiek

1,45 In

In

L-karakteristiek

1,82 In

1,25 In

U-karakteristiek

1,82 In

1,25 In

Automaten en de benodigde IZ van de leiding.