sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank NEN 1010

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom Kennisbank NEN 1010 kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >


Abonnement € 350,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op NEN 1010

“ De norm is soms lastig te begrijpen. De kennisbank bevat de  complete norm NEN 1010 met links naar de praktische uitleg, waardoor achtergronden van de norm duidelijk worden. ”
 

Jaap Jansen,
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Begrippen

A

Aanraakspanning

Spanning tussen gelijktijdig aanraakbare delen in geval van een isolatiedefect. Dit is de spanning die een mens kan overbruggen en die dus over het lichaam kan komen te staan.

 

Aarde

Geleidende aardmassa waarvan op elk punt de elektrische potentiaal gelijk aan nul wordt beschouwd. In dit verband wordt ook wel het begrip “verre aarde” gebruikt.

 

Aardelektrode

Geleidend deel dat in doeltreffend contact met de aarde is en daarmee een elektrische verbinding tot stand brengt om de bescherming “automatische uitschakeling van de voeding” tot stand te brengen. Het begrip ‘aardelektrode’ is als volgt gedefinieerd:

  • aardelektrode: geleidend deel dat in de grond ligt of in een bepaald geleidend medium, bijvoorbeeld beton of cokes, en dat in elektrisch contact staat met de aarde;
  • fundatieaardelektrode: geleidend deel – over het algemeen in de vorm van een gesloten lus – dat is aangebracht in de grond onder een fundatie van een gebouw of, bij voorkeur, in het beton van de fundatie van een gebouw.

 

Aardverspreidingsweerstand

De weerstand tussen de hoofdaardklem en de aarde. In feite dus de weerstand van de aardelektrode. Bedoeld is hiermee de 50 Hz weerstand. Bij hogere frequenties speelt inductiviteit een grote rol en zal de impedantie hoger zijn.

 

Aardelektroden zonder wederzijdse beïnvloeding

Aardelektroden die op een zodanige afstand van elkaar zijn geplaatst dat de hoogste verwachte stroom die in één van de elektroden vloeit de potentiaal van de andere niet noemenswaardig beïnvloedt. Het is belangrijk dat bij een fout in een installatie, bij de andere geen potentiaalverhoging ontstaat.

 

Aanspreekstroom

Vastgestelde waarde van de stroom waarbij het beveiligingstoestel aanspreekt binnen de vastgestelde tijd. Bij een aardlekschakelaar kan de nominale aanspreekstroom bijvoorbeeld 30 mA zijn. De werkelijke aanspreekstroom kan liggen tussen 15 en 30 mA. 

 

Aardingsvoorziening

De aardingsvoorziening is het totaal van alle voorzieningen die gebruikt worden bij het aarden van het systeem. De aarde is de fysieke aarde waarin de aardelektrode is aangebracht. Omdat er door de aardelektrode een stroom gaat lopen bij een fout, ontstaat er zeker in de plaatselijke aarde een spanningstrechter. De potentiaal van deze plaatselijke aarde hoeft dus geen nul te zijn. Dit geldt wel voor het begrip ‘verre’ aarde. Daarbij gaat het om een aardelektrode zonder wederzijdse beïnvloeding. Deze aardelektrode is op een zodanige afstand van andere aardelektroden geplaatst, dat zijn elektrische potentiaal niet aanzienlijk wordt beïnvloed door elektrische stromen die lopen tussen aarde en andere aardelektroden. De aardelektrode staat niet in de spanningstrechter van een andere aardelektrode (of andere geleidende materie) en zijn potentiaal is nul. Voor het meten aan een aardingsvoorziening kan het noodzakelijk zijn om een dergelijke aardelektrode te hebben.

 

Aardnet

Er kan een aardelektrode worden gemaakt voor meerdere installaties. Meestal wordt dan een aardnet in de grond gelegd dat meerdere aardelektroden met elkaar verbindt. De definitie van een dergelijk aardnet is: deel van een aardingsvoorziening dat alleen de aardelektroden en de daarbij horende (onderlinge) verbindingen omvat. Aan de uitvoering van dit aardnet worden diverse eisen gesteld met betrekking tot diepte in de grond, betrouwbaarheid en mechanische sterkte (minimale doorsneden).

 

Aardleiding

Beschermingsleiding die de hoofdaardrail of hoofdaardklem met de aardelektrode verbindt, dus leiding 5 in de figuur.

 

 

B

Bedrijfsaarding

De bedrijfsaarding is de aarding van de voedende transformator, inclusief alle aardingssystemen die hiermee verbonden zijn via bijvoorbeeld de MS-kabels en de aardelektroden van naburige transformatorstations.

 

Beschermingsleiding (PE-leiding)

In verband met bescherming tegen elektrische schok vereiste leiding die een verbinding tot stand brengt tussen:

  • metalen gestellen;
  • vreemde geleidende delen;
  • hoofdaardrail / hoofdaardklem;
  • aardelektroden;
    • met aarde verbonden actieve delen van de voedingsbron of het kunstmatig sterpunt

 

Zie leiding 1 in de figuur:

 

D

Distributiegroep

Stroomketen die alleen schakel- en verdeelinrichtingen voedt. De eisen aan een distributiegroep zijn anders (meestal een langere uitschakeltijd toegestaan) dan bij een eindgroep.

 

E

Eindgroep

Stroomketen die stroomverbruikende toestellen en/of contactdozen direct voedt. Dit in tegenstelling tot de distributiegroep die schakel- en verdeelinrichtingen voedt.

 

F

Foutspanning

Spanning die optreedt als gevolg van een isolatiefout tussen het punt waar de fout optreedt en de referentieaarde. De aanrakingsspanning is meestal maar een deel van de foutspanning.

 

G

Grenswaarde van de aanrakingsspanning

Hoogste waarde van de aanrakingsspanning die bij bepaalde uitwendige invloeden gedurende onbeperkte tijd aanwezig mag zijn. In normale omstandigheden is dit 50 V. In ongunstige omstandigheden (bijvoorbeeld in bad) kan dit lager zijn.

 

H

Hoofdaardrail

De aardrail die één of meer beschermingsleidingen, vereffeningsleidingen en mogelijk aanwezige leidingen voor functionele aarding verbindt met de aardleiding. Deze hoofdaardrail is aan het begin van de installatie aanwezig.

 

Hoogst toelaatbare stroom

Bij een leiding de sterkste stroom waarmee een leiding onder de gegeven gebruiksomstandigheden continu kan worden belast zonder dat de temperatuur van de isolatie in de stationaire toestand een vastgestelde waarde overschrijdt. Deze stroom is afhankelijk van diverse factoren zoals de wijze van aanleg, de omgevingstemperatuur, het aantal bij elkaar gelegde leidingen, het gebruikte kernmateriaal en de gebruikte isolatie.

 

K

Kortsluitstroom

Overstroom ten gevolge van een defect. Bij een volledige kortsluitstroom gaat men uit van verbinding met een verwaarloosbare impedantie veroorzaakt tussen actieve geleiders die bij normaal bedrijf een verschillende potentiaal hebben.

 

M

Metalen gestel

Geleidend deel van materieel dat aanraakbaar is en gewoonlijk niet onder spanning staat, maar door een fout in de fundamentele isolatie onder spanning kan komen te staan.De metalen omhulling van een elektrisch toestel is een metalen gestel als de omhulling door een fout in het toestel onder spanning kan komen te staan. In de regel wordt een metalen gestel met aarde verbonden.

 

N

Nulleiding

Actieve geleider die met het sterpunt van het net is verbonden. Bij een symmetrische belasting loopt er geen stroom tenzij er 3e harmonische stromen aanwezig zijn.

 

Nominale spanning

Spanning waardoor een installatie of een toestel wordt gekarakteriseerd. De nominale spanning voor laagspanning is 230 V. De werkelijke spanning kan hiervan + of -10% afwijken. 

 

O

Omgevingstemperatuur

Gemiddelde temperatuur van de lucht (of een ander medium) op de plaats waar elektrisch materieel zal worden geïnstalleerd. Bij leidingen wordt standaard uitgegaan van 30 graden.

 

Overstroom

Elke stroom die de toegekende waarde overschrijdt. Voor leidingen is de toegekende waarde de waarde van de hoogst toelaatbare stroom  Het kan een overbelastingsstroom zijn maar ook een kortsluitstroom.

 

Overbelastingsstroom

Elke stroom die de toegekende waarde overschrijdt. Voor leidingen is de toegekende waarde de waarde van de hoogst toelaatbare stroom  Bij een overbelastingsstroom is er geen sprake van een defect in de installatie.

 

P

PEN-leiding

Leiding die de functies van de beschermingsleiding en de nulleiding heeft en met het sterpunt van het net is verbonden. Er zijn minimale doorsnede voorgeschreven voor deze leiding. Het toepassen van deze leiding is niet wenselijk (en soms ook niet toegestaan).

 

Potentiaalvereffening

Elektrisch verbinden van verschillende metalen gestellen en/of  vreemde geleidende delen om die op dezelfde potentiaal te brengen. Dit kan bij het begin van het gebouw zijn (basis potentiaalvereffening) of lokaal in bijvoorbeeld de badkamer (lokale vereffening) Zie de leidingen 2 en 3 in de figuur.

 

S

Stroomverbruikend toestel

Toestel dat is bestemd voor het omzetten van elektrische energie in energie van andere vorm, zoals licht, warmte, bewegingsenergie (lampen, ovens, motoren).

 

Schakelaar

Toestel dat is bestemd voor het bedienen van (een deel) van de installatie. Hiermee wordt een deel stroomloos gemaakt maar in principe nog niet veilig spanningsloos. De schakelaar kan stroom schakelen maar hoeft niet voldoende contactafstand te hebben voor een veilige scheiding.

 

Scheider

Toestel dat is bestemd voor het spanningsloos maken van (een deel) van de installatie. De scheider kan geen stroom schakelen maar heeft voldoende contactafstand voor een veilige scheiding.

 

Scheiden

Functie bestemd om de voeding van een installatie of gedeelte daarvan om veiligheidsredenen spanningsloos te maken en de installatie of het gedeelte daarvan te ontkoppelen van alle elektrische voedingsbronnen.

 

Schakelen

Handeling bestemd om de voeding van de gehele installatie of een gedeelte daarvan aan-, uit- of om te schakelen bij normaal bedrijf. De installatie of een deel ervan wordt hierdoor stroomloos maar in principe nog niet op een veilige wijze spanningsloos.

 

T

TN-stelsel

In TN-stelsels is een punt van de voedingsbron met aarde verbonden. De metalen gestellen van de installatie zijn door middel van beschermingsleidingen met dit punt verbonden.

Een groot voordeel van het TN-stelsel is dat de aardfoutstroom niet door aarde loopt maar alleen via leidingen. Dit vergroot de betrouwbaarheid van de aardingsvoorziening aanzienlijk. Het TN-stelsel kent meerdere uitvoeringsvormen, zoals:

  • TN-C-stelsel;
  • TN-S-stelsel;
  • TN-CS-stelsel.

 

In de afbeelding zijn de diverse stelsels weergegeven.

 

 

 

In het TN-S-stelsel zijn in de gehele installatie de N- en PE-geleider van elkaar gescheiden en geïsoleerd. Uit technisch oogpunt is dit het beste systeem om toe te passen.

 

V

Voedingspunt van een elektrische installatie

Het punt waar elektrische energie wordt geleverd aan een installatie. In de netcode wordt dit ook wel het overdrachtspunt genoemd. 

 

Veiligheidsaarding

De veiligheidsaarding is de aarding van de installatie. Bij een TT-stelsel is dit de verbinding naar aarde die ervoor zorgt dat er bij een fout een voldoende grote aardfout gaat lopen zodat de beveiliging aanspreekt. Daarvoor is ook een voldoende lage bedrijfsaarding nodig. 

 

Vreemd geleidend deel

Geleidend deel dat geen deel uitmaakt van de elektrische installatie en dat de oorzaak kan zijn van een elektrische potentiaal, in het algemeen de elektrische potentiaal van de plaatselijke aarde.

Een vreemd geleidend deel maakt dus geen deel uit van de elektrische installatie. Voorbeelden zijn een waterleiding of een gasleiding. Deze kunnen door een defect wel onder spanning komen te staan of ze kunnen aardpotentiaal verslepen. Een geïsoleerd opgehangen metalen frame (zonder elektrische toestellen) kan geen potentiaal krijgen of verslepen en is daarom wel een geleidend deel maar geen vreemd geleidend deel.