sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank NEN 1010

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom Kennisbank NEN 1010 kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >


Abonnement € 350,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op NEN 1010

“ De norm is soms lastig te begrijpen. De kennisbank bevat de  complete norm NEN 1010 met links naar de praktische uitleg, waardoor achtergronden van de norm duidelijk worden. ”
 

Jaap Jansen,
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

NEN 1010 krijgt nieuw deel over energiebesparing

In 2018 wordt een aanvulling uitgegeven op de NEN 1010, bepalingen voor laagspanningsinstallaties. Het nieuwe deel richt zich op energie efficiency.

Het toepassen van deze richtlijnen kan leiden tot een reductie van energiegebruik. De energiereductie kan worden gerealiseerd door:
·         Toepassen van energiemanagementsystemen

·         Verbeteringen in de processen

·         Bewuste opzet (vermazing) van de installatie

·         Bewuste keuze van aantal en plaats van invoedingspunten (verdeelinrichtingen)

·         Verbeteren van de arbeidsfactor

·         Verminderen van harmonische stromen in de installatie

·         Betere (over) dimensionering van de totale installatie

Deze energiebesparingsmaatregelen zullen effect hebben bij toepassing in industriële installaties en grote utiliteitsgebouwen. Om een idee te krijgen van de omvang van de energiebesparing kan op de diverse gebieden een inschatting worden gemaakt van de mogelijke besparingen.

 

Mogelijke besparingen

 

Toepassen van energiemanagementsystemen

De (energie)winst die te behalen valt met het monitoren en sturen van de energiestromen is moeilijk in te schatten. Veel zal afhangen van de processen die bemeten en gestuurd worden, de winst die te halen valt met bewustwording rondom dit thema en reeds genomen maatregelen. Een inschatting voor de mogelijke energiewinst is daarom niet in algemene termen uit te drukken.  

 

Verbeteringen in de processen

Verbeteringen in de processen kunnen tot grote energiebesparingen leiden. Het vervangen van de oude verlichting door energiezuinige verlichting of het aandrijven van ventilatoren met frequentieregelaars zijn voorbeelden van proces verbeteringen. Hier valt de meeste winst te behalen.

 

Bewuste opzet (vermazing) van de installatie

Een goed doordachte opbouw van de installatie kan ook energiebesparing geven. Als in een ruimte de verlichting bij de ramen apart geschakeld kan worden is het mogelijk om deze met minder branduren te gebruiken vanwege het invallende buitenlicht. Een goed schakelplan is de basis voor een goede vermazing van de installatie.

 

Bewuste keuze van aantal en plaats van invoedingspunten (verdeelinrichtingen)

Een juiste keuze van het aantal te gebruiken MS/LS-transformatoren en de beste locatie voor de plaatsing ervan kan mede met de keus voor de juiste structuur van de installatie een energiebesparing opleveren van 1-2%. Dit wordt later verder toegelicht.

 

Verbeteren van de arbeidsfactor

De verbetering van de arbeidsfactor zal het schijnbare vermogen verlagen en daardoor ook de stroom. Hierdoor worden de verliezen in een installatie verlaagd (kwadratische met de stroom voor leidingen). De geboekte winst is uiteraard afhankelijk van de bestaande arbeidsfactor. Gemiddeld zal ook bij dit aspect ca. 1% energiebesparing te realiseren zijn. Zie het vervolg van deze whitepaper.

 

Verminderen van harmonische stromen in de installatie

Harmonische stromen zorgen voor extra energieverliezen in alle componenten van een installatie. Het reduceren van harmonischen kan leiden tot energiebesparingen die kunnen variëren tussen de 1-2%. Ook dit onderwerp wordt in het vervolg verder toegelicht.

 

Betere (over)dimensionering van de totale installatie

Het over-dimensioneren van componenten in de installatie leidt tot minder weerstand en dus ook minder verliezen. Bij grote bedrijfstijden kan dit om economische redenen als interessant zijn. Een mogelijke energiebesparing kan hier ook in de orde grootte liggen van 1% van het totale energiegebruik.

Een realistische inschatting van het totale effect van alle maatregelen op de energiebesparing zal naar alle waarschijnlijkheid liggen tussen 2-4% van het totale energiegebruik van een installatie. Dit zal uiteraard niet worden gehaald in installaties die al vele van de genoemde stappen hebben genomen om tot energiebesparing te komen. Bij bedrijven die wel al procesverbeteringen hebben toegepast, maar aan de genoemde maatregelen nog niet zijn toegekomen kan het een reële inschatting blijken te zijn. Een aantal van de genoemde maatregelen wordt in meer detail toegelicht.

Bewuste keuze van aantal en plaats van invoedingspunten (verdeelinrichtingen)

De eerste stap  om te komen tot een installatie is de inventarisatie van belastingen en locaties waar de belastingenaanwezig zijn.Als deze belastingen bekend zijn kan worden gekeken of kan worden volstaan met een laagspanningsaansluiting (eventueel een eigen kabel uit een transformatorruimte) of een middenspanningsaansluiting. Bij grote vermogens en grote belastingen op diverse locaties kunnen meerdere transformatoren ook een optie zijn.

Als er meerdere transformatoren geplaatst worden zullen de verliezen in de kabel (lagere stromen op middenspanning) aanzienlijk kleiner zijn. Wel zullen er meer transformatoren zijn (dus wellicht ook meer nullastverliezen). Ook als er maar één invoedingspunt gekozen wordt moet kritisch naar de opstellingsplaats worden gekeken. In het algemeen kan natuurlijk worden gesteld dat de invoeding zo dicht mogelijk bij de belasting moet zitten.

Als een installatie wordt gevoed vanuit ééntransformator dan bepaalt de plaats van de transformator al deels de energieverliezen in de voedingsleidingen. In een installatie zullen verschillende belastingen aanwezig, geplaatst op diverse locaties.

In figuur 1 is een voorbeeld gegeven van een productiehal met drie belastingen die op de aangegeven plekken geconcentreerd zijn. De hal is opgedeeld in vlakken van 5 bij 5 meter en de beste plek voor de voedende transformator kan nu worden berekend met de volgende formule:

 

Waarbij X en Y de coördinaten zijn van de belastingen en als resultaat de coördinaten van de hoofdverdeelinrichting. L staat voor de diverse belastingen, gegeven in kWh, kW of kVA afhankelijk wat aan gegevens voorhanden is. Het energiegebruik geeft de beste locatie voor de hoofdverdeelinrichting. Een grote belasting die veel vermogen vraagt en vrijwel niet wordt gebruikt zou kunnen leiden tot verkeerde plaatsing van de hoofdverdeelinrichting als kW of kVA als indicator wordt gebruikt.

Voor het gegeven voorbeeld is het resultaat van de berekening:

De transformator en de verdeelinrichting wordt hierbij in het middel van de hal geplaatst, wat in de praktijk niet altijd te verwezenlijken is. Andere opties zijn dan:

  • Plaatsing van de transformator aan de buitenkant dicht bij de grootste belasting L3
  • Hoofdverdeelinrichting op plek (8.5,5.1)
  • Of drie verdeelinrichtingen bij de verschillende belastingen

 

Bij de grotere aansluitingen (boven 250 kVA) zullen de installaties een eigen transformator hebben. Afhankelijk van de totale belasting en de spreiding van de belastingen kan het interessant zijn om te kiezen voor meerdere transformatoren om de lengte van de laagspanningskabels (met hogere stromen) te beperken.

Stel dat in de situatie, zoals geschetst in figuur 1 wordt gekozen voor 2 transformatoren aan de buitenkant dan kan een tweede transformator worden geplaatst op het middelpunt van L1 en L2. Dit ligt op de coördinaten:

Als de transformator aan de buitenkant moet worden geplaatst kan voor de plaatsing van de transformatoren worden gekozen voor de locaties zoals aangegeven in figuur 2.

 

De verliezen van een transformator bestaan uit ijzerverliezen en koperverliezen. De ijzerverliezen zijn constant en onafhankelijk van de belasting. De koperverliezen zijn evenredig met de belastingsstroom in het kwadraat. Het rendement van een transformator is het hoogste als de ijzer- en koperverliezen gelijk zijn. Dit is bij een belasting van 40-65% van de transformator. Als de gemiddelde belasting ongeveer gelijk is aan deze waarde dan is er sprake van een relatief goede keuze. Uiteraard wordt de keuze van de transformator ook nog door andere factoren beïnvloed zoals bijvoorbeeld piekbelastingen. Het transport van elektriciteit kan bij hogere spanningen met minder energieverlies plaatsvinden. Door de keuze van meerdere transformatoren zal er minder verlies op de laagspanning plaatsvinden. Wel moeten de besparingen opwegen tegen de ijzer- en koperverliezen in de transformatoren.

Verbeteren van de arbeidsfactor

De arbeidsfactor (aangeduid met PF=power factor) is de verhouding tussen P (actief vermogen) en S(schijnbaar vermogen). De arbeidsfactor wordt ook wel cos Ф genoemd als er geen harmonische vervorming aanwezig is. De verhouding tussen P en S beschrijft de hoeveelheid blindvermogen. Dit blindvermogen moet samen met het actief vermogen getransporteerd worden. Dit houdt in dat transformatoren en kabels extra belast worden.

 

In huidige installaties zijn veel belastingen met vermogenselektronica aangesloten. Deze vorm van belasting is in de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Omdat vermogenselektronica over het algemeen geen sinusvormige stromen vragen ontstaan er hogere harmonischen. Deze hogere harmonischen leveren een bijdrage aan het blindvermogen. Om deze reden zijn er twee definities in het leven geroepen:

 

  • De DPF (displacement power factor) beschrijft de fasehoek tussen de spanning en stroom van de fundamentele stroom (grondharmonische). De DPF is dus een maat voor het blindvermogen van de fundamentele harmonische.
  • De PF (power factor) beschrijft de verhouding tussen het actief en schijnbaar vermogen inclusief alle bijdragen van de hogere harmonischen.

 

Een slechte arbeidsfactor houdt in dat er relatief veel blindvermogen getransporteerd moet worden. Zowel in de installatie van de gebruiker als over het elektriciteitsnet. De stroom die eigenlijk niet nuttig gebruikt wordt bij de belasting, zorgt toch voor verliezen (ten gevolge van opwarming) in kabels en transformatoren.

Het onderstaande schema in figuur 3 illustreert de situatie die verder beschreven is om een indicatie te geven van het effect van een lage arbeidsfactor. Alle belastingen hebben een arbeidsfactor (PF) van 0,6 en op basis hiervan zullen de verliezen bepaald worden. Alle berekeningen worden vervolgens herhaald als iedere belasting een PF van 0,7; 0,8; 0,9; en 1,0 heeft.

 

 

Bij dit schema moet vermeld worden dat het nominale vermogen van de transformator 630 kVA of 1000 kVA kan zijn afhankelijk van de arbeidsfactor waarmee gerekend wordt. Voor een arbeidsfactor van ongeveer 0,9 of beter zou een 630kVA transformator volstaan. Voor de berekeningen bij een arbeidsfactor van 0,6, 0,7 en 0,8 wordt uitgegaan van een 1000kVA transformator. In tabel 1 zijn de gegevens van de transformatoren naast elkaar gezet.

Als er alleen sprake is van een lage (inductieve) arbeidsfactor zal in de meeste gevallen een condensatorbank volstaan. Omdat het blindvermogen in installaties vaak van inductieve aard is, kan dit vermogen gecompenseerd worden door condensatoren in de buurt van de belasting te plaatsen. Deze condensatoren leveren dan het blindvermogen aan de belasting waardoor dit niet meer over  de kabels en de transformator getransporteerd hoeft te worden. Als er echter ook veel harmonische vervorming wordt geproduceerd bij een belasting, is het niet langer mogelijk om het volledige blindvermogen te compenseren met condensatoren. In een dergelijke situatie is het interessant om een actief filter te plaatsen. Een actief filter kan namelijk naast het filteren van de harmonischen (waardoor de arbeidsfactor al zal stijgen) ook het blindvermogen verlagen voor de grondharmonischen.

 

Om een beeld te krijgen van de mogelijke winst die behaald kan worden in de reductie van de verliezen wordt figuur 3 als illustratie gebruikt. Hierbij wordt ook gekeken naar het capaciteitsbeslag wat blindvermogen legt op de installatie.

 

Stel dat in de situatie zoals geschetst in figuur 3 elke belasting een actief vermogen heeft van 100kW en een arbeidsfactor van 0,6. De lijnstroom is daardoor gelijk aan:

 

Deze stroom loopt door de kabel en door de weerstand van de kabel treden er verliezen op. Deze vermogensverliezen zijn:

Totaal gaat voor iedere belasting dus 3456W in de kabel verloren. Voor alle belastingen bij elkaar is dit dus 5*3456W = 17280W.

 

Dit zijn echter niet de enige verliezen die optreden. Ook in de transformator treden verliezen op. Voor de 1000 kVA transformator zijn de nullastverliezen aangenomen op 1100W. De koperverliezen bij nominaal bedrijf van de 1000 kVA transformator zijn 13000 W.

 

Omdat de koperverliezen kwadratisch zijn met de stroom kunnen de koperverliezen bij een andere belasting dan de nominale stroom berekend worden met de volgende formule:

De totale verliezen worden dus gelijk aan:

Dit verlies is procentueel t.o.v. het totale actieve vermogen:

Deze situatie zou opgelost kunnen worden door het plaatsen van een condensatorbank of een actief filter om zo het blindvermogen te compenseren. In dit theoretische geval wordt aangenomen dat de arbeidsfactor naar 1 gecompenseerd kan worden aan de kant van de belasting. Dit zou inhouden dat er 5 condensatorbanken/filters geplaatst moeten worden.

 

De lijnstroom door de kabels wordt dan:

 

De vermogensverliezen in de kabels worden dan:

Er kan worden gekozen voor een 630 kVA transformator met een nullastverlies van 800 W. De koperverliezen worden bij een stroom van (5*145) A gelijk aan:

Het totale vermogensverlies is dan:

Dit verlies is procentueel:

De winst die dus behaald wordt door het plaatsen van een condensatorbank of actief filter is dus ongeveer 5,5% - 2,5% = 3%.

 

Het is dus duidelijk dat het verbeteren van de arbeidsfactor een reductie in verliezen oplevert. De winst die behaald wordt is natuurlijk afhankelijk van de mate waarin de arbeidsfactor gecompenseerd wordt. In figuur 4 staat het percentage van reductie in verliezen uitgezet tegen de verschillende arbeidsfactoren. Om een voorbeeld te geven, als men van 0,7 naar 0,8 gaat levert dat een reductie in verliezen van ongeveer 1% op.

De reductie in verliezen is ook afhankelijk van het vermogen. Bij lagere vermogens liggen de percentages aanzienlijk lager.

 

Door de arbeidsfactor te compenseren worden de verliezen binnen een elektrische installatie gereduceerd. Ook wordt het totale schijnbare vermogen behoorlijk gereduceerd. Bij bijvoorbeeld een arbeidsfactor van 0,6 is een zwaardere transformator nodig om het vermogen van de installatie aan te kunnen. Bij correctie van de arbeidsfactor komt een aanzienlijk deel van dit vermogen beschikbaar voor andere toepassingen binnen de elektrische installatie. Een alternatief is dat er een transformator met een kleiner vermogen geplaatst kan worden.

 

 

 

Verminderen van harmonische stromen in de installatie

De ideale vorm van de spanning (en stroom) in een elektrische installatie is zuiver sinusvormig. Zodra het verloop niet langer sinusvormig is, is er sprake van harmonische vervorming. Harmonische vervorming kan worden gedacht opgebouwd te zijn uit de sommatie van sinusvormige spanningen of stromen met hogere frequenties. Harmonischen worden veroorzaakt door niet-lineaire belastingen zoals aandrijvingen met vermogenselektronica, TL-buizen of spaarlampen, gelijkrichters en dergelijke toestellen.

 

Bij de fasegeleider levert dit al extra verliezen, maar bij de nulgeleider doet zich nog een ander probleem voor. Namelijk harmonischen die een veelvoud zijn van drie. De 3e harmonische en veelvouden daarvan zijn in fase met elkaar en leiden dus tot een behoorlijke stroom in de nulgeleider, zelf bij symmetrisch belaste fasen. Dit fenomeen zorgt voor extra verliezen in de kabels en kan de kabel(s) overbelasten. Bij het dimensioneren van de kabels moet hiermee rekening worden gehouden.

 

Als men kijkt naar transformatoren, dan zullen ook hier hogere harmonischen warmte genereren in de geleiders. De gevolgen van warmteontwikkeling zijn voor transformatoren zwaarder dan voor losse grondkabels. Dit komt door het feit dat alle geleiders dichter op elkaar zitten en zo gemakkelijker de transformator kunnen opwarmen. Voor inductiemotoren geldt logischerwijs hetzelfde. Ook daar zitten de geleiders dicht op elkaar en kunnen dus gemakkelijker de motor opwarmen. Als bijkomstig verschijnsel leveren de variaties in de sinusvormige spanning ook een variatie in het koppel dat de motor levert. Dit zorgt niet alleen voor extra elektrische verliezen maar is vooral nadelig voor de levensduur van de motor.

 

Andere componenten die lijden onder harmonische stromen zijn condensatoren. De impedantie van een condensator hangt af van de aangeboden frequentie. Bij een gelijkspanning (de laagst mogelijke frequentie) vormt een condensator een oneindig grote impedantie. Bij een toenemende frequentie zal de impedantie steeds verder afnemen. Een lagere impedantie houdt in dat de stroom door de condensator dus zal toenemen. Dit kan leiden tot een overbelasting van de condensator.

 

De verliezen in kabels zijn te berekenen met de formule:

Hierbij is:

n:            het aantal belaste aders

h:            de order van de harmonische stromen die er lopen

R :          de weerstand bij de betreffende frequentie

I:             de stroom bij de betreffende frequentie

 

De harmonische vervorming van de stroom kan vele vormen aannemen. In eerste instantie zal een voorbeeld worden uitgewerkt met een hoge vervuiling van de stroom.

 

Voorbeeld

Om te illustreren wat er aan reductie van verliezen te behalen valt als alle hogere harmonischen gecompenseerd worden, is een belasting met grote vervuiling gekozen (zie figuur 5). Er is gekozen voor een vervuiling, zoals aangegeven in figuur 6 met een totale vervuiling (THD) van 80%. De 3e harmonische is met rood gemarkeerd om dat deze extra verliezen in de nulgeleider geeft. De andere harmonischen zorgen voor extra verliezen in de fasegeleiders.

Voor een toenemende frequentie zal de weerstand van de kabel toenemen ten gevolge van het skin-effect. De gegeven weerstand van 0,02Ωis voor de grondharmonische.

 

Allereerst wordt de stroom van de grondharmonische berekend via de belasting en de spanning:

Er wordt verondersteld dat de DPF gelijk is aan 1, hetgeen betekent dat er bij de fundamentele spanning en stroom geen faseverschuiving optreedt. Voor een toenemende frequentie zal de weerstand van de kabel toenemen ten gevolge van het skin-effect. De gegeven weerstand van 0,02Ωis voor de grondharmonische.In tabel 2 is deze toename van de impedantie in relatie met de frequentie weergegeven voor de gebruikte kabel.

 

De grondharmonische veroorzaakt per fase verliezen. Deze worden als volgt bepaald:

Deze zelfde berekening wordt herhaald voor de 3e, 5e, 7e, 11e en 13e harmonischen. De resultaten staan in tabel 2.

 

Tabel 2: Overzicht verliezen t.g.v. harmonische stromen

Het eindresultaat is een totaal verlies van  per fasegeleider. Dit is dan nog exclusief de verliezen in de nulgeleider.

Deze verliezen bedragen namelijk .

Tenslotte is de som van de verliezen in de fasegeleiders en de nulgeleiders vijf keer aanwezig omdat er vijf belastingen zijn. Het totale verlies in percentage ten opzichte van het volledige vermogen is dan gelijk aan:

Door toepassing van een passief of actief filter kan de harmonische vervorming aanzienlijk gereduceerd worden. De aanname wordt gemaakt dat de THD zelfs tot 0% wordt gebracht (in de praktijk is dit onwaarschijnlijk). De enige verliezen die dan nog overblijven zijn die van de grondharmonische. Deze verliezen bedragen 420 W per fase.

Het verschil tussen de standaard verliezen en de verliezen die door de harmonische stromen veroorzaakt worden bedraagt dus 1,64%.

In figuur 7 is in een grafiek de verliezen aangegeven t.o.v. de harmonische vervorming THD. Er van uitgaande dat de verhouding tussen de diverse harmonische als aangenomen in het voorbeeld gelijk blijft. In blauw zijn de extra verliezen in de fasen aangegeven en in rood de extra verliezen in de nulgeleider bij een THD van 80%, 60%, 40% en 20%.

In dit voorbeeld is een constante vervuiling aangenomen. In de praktijk zal dit vaak ook variëren, afhankelijk van de aangesloten belasting. Ook de amplitude en de frequentie van de harmonische stromen variëren sterk. Het voorbeeld kan wel als een “ernstige vervuiling” worden beschouwd. Meestal is er sprake van minder vervuiling, incidenteel van een grotere vervuiling.

 

Door de harmonische vervuiling zal ook de arbeidsfactor dalen. De harmonische vervorming zal dus ook aanleiding zijn voor een transformator met een hogere nominaal schijnbaar vermogen. Met een stroom die zo vervormt is (THD=80%) kan een transformator nog maar voor ca. 2/3 worden belast. Er zijn dus ook meer transformatorverliezen door de harmonische stromen.

 

Betere (over)dimensionering van de totale installatie

Bij de dimensionering van de leidingen zijn er de bekende factoren zoals de beveiliging tegen overbelasting, kortsluiting en bescherming tegen elektrische schok die mede de doorsnede van de leiding bepalen. Verder wordt er rekening gehouden met het optredende spanningsverlies. Echter ook de energieverliezen in een kabel kunnen soms aanleiding zijn om de doorsnede te vergroten.

Het vermogensverlies in een kabel kan worden berekend met de eerder gegeven formule:

Nu zegt het vermogensverlies nog niet zo heel veel. Het gaat voornamelijk om het energieverlies in de kabel. Afhankelijk hoe de belasting varieert over de tijd zal ook het vermogensverlies ander zijn.

Laten we de situatie berekenen van een 5-aderige kabel (3 fasen, nul en PE-geleider) met een doorsnede van 70 mm2. (kernen van koper)

Voor de berekening van de 2 verschillende belasting situaties wordt uitgegaan van de belastingspatronen zoals aangegeven in figuur 8. De dagen zijn gelijk verondersteld over het jaar heen en verdeeld in drie blokken van 8 uur.

De lengte van de kabel stellen we op 50 m. De weerstand is:

 

Bij een ideale situatie van symmetrische belasting en geen harmonische stromen is het vermogensverlies in de kabel in situatie 1:

Het totale energieverlies over het jaar is:

Rekening houdend met een kWh prijs van €0,11 betekent dit een kostenpost van €1102- per jaar.

De meerkosten van een dikkere kabel kunnen hiermee eenvoudig worden betaald, waarmee een dikkere kabel binnen een jaar kan worden terugverdiend.

In de tweede situatie zijn de energieverliezen uiteraard minder en de kosten dus ook. De totale vermogensverliezen zijn bij 100 A maar een kwart van de vermogensverliezen bij 200 A. De totale energieverliezen zijn in de tweede situatie 6263 kWh wat een kostenpost van €689 per jaar oplevert.

De terugverdientijd zal dus langer zijn.

 

Conclusies

Het is van belang om de voeding van een installatie en de bijbehorende hoofdverdeelinrichting te plaatsen in het centrum van de belasting. Om de energieverliezen te beperken moet gekeken worden naar het ideale aantal transformatoren en verdeelinrichtingen. Verder is het bij de keuze van een leidingdoorsnede ook zinvol om de energieverliezen in de kabel mee te nemen als parameter bij het bepalen van de leidingdoorsnede. Een grotere doorsnede levert niet alleen kleinere energieverliezen op maar heeft ook nog andere gunstige effecten, zoals: lager spanningsverlies, minder harmonische vervorming van de spanning, minder last van flikker e.d. De laatste twee voordelen zijn er uiteraard alleen als er sprake is van harmonische stromen of grote variaties in de stroom.

Gerelateerd aan NEN 1010 krijgt nieuw deel over energiebesparing

Meer over